- De hellingshoek van het dak in combinatie met de lengte van het dakvlak.
- De gekozen onderconstructie in combinatie met het gebruik van het onderliggende pand.
- De toegepaste dak detailleringen.
- De ligging, de hoeveelheid wind, zon en bomen rond het pand.
- De oriëntatie t.o.v. de zon (noord- of zuidkant).
- Het vakmanschap van de rietdekker.
- Het gebruikte riet.
- Het gepleegde onderhoud.
Bovenstaande factoren samen zorgen voor een bepaalde levensduur.
Hoe droger het dak gemiddeld is, des te langer zal het meegaan.
1- Uiteindelijk gaat het om de hellingshoek van de individuele rietstengel. Daardoor spelen ook de dakdikte in relatie met de lengte van de rietstengel een rol. Hoe groter de hellingshoek van de individuele rietstengel des te geringer de indringdiepte van het hemelwater, des te sneller zal een rieten dak na een regenbui weer droog zijn. Des te langer gaat het dak mee. Voor een "normale" levensduur moet de rietstengel een afschot hebben van 30 graden of meer.
2- Huizen worden steeds dampdichter gebouwd. Cementvloeren, dubbel glas in goed sluitende kozijnen, laten bijna geen woonvocht meer door. Het dak is dan soms damptechnisch de zwakste schakel. Een groot deel van het woonvocht "ventileert" wel door het rieten dak naar buiten. Dit niet altijd schadelijk, het rieten dak voert een geringe hoeveelheid vocht wel af tenzij een slecht drogende buitenkant dit uittreden van het woonvocht belemmerd. Wordt er meer vocht van binnen aangevoerd dan van buiten afgevoerd dan wordt het dak van binnenuit, steeds natter. Het vocht hoopt zich op. Een rieten dak wat zo te lang nat wordt vergaat.
3- Kilgoten liggen altijd vlakker dan de dakvlakken die zij verbinden maar voeren een overmaat aan hemelwater af. Kilgoten zijn dus kwetsbaar en zullen altijd minder lang meegaan dan de rest van het dak. (gemiddeld slechts 7 jaar) Bovenkanten van dakkapellen hebben altijd een slechtere hellingshoek. Een zadeldak heeft altijd een onderhoudsgevoelige nokbeëindiging.
Dit geldt ook als op de kopgevel een schoorsteen staat. Riet op een breeuw ligt altijd gedraaid,
het heeft daardoor minder afschot. Een dak met veel breeuwen is dus minder goed voor de potentiële levensduurverwachting.
4- Het zal duidelijk zijn dat een rieten dak op een woning midden op een kaal weiland sneller
droogt dan hetzelfde dak op een woning gebouwd in een bosrijke omgeving. In het laatste geval zullen bomen de vrije toetreding van zonneschijn maar vooral ook wind en tocht op en rond het dak belemmeren. Schaduw en of de drup van een boom op het riet kost relatief veel potentiële levensduur. (drupt een boom dauw op een dak dan kan dit de levensduur met wel 75% bekorten)
5- Door de oriëntatie ten opzichte van de zon zal een zuid- en oostkant vrijwel altijd sneller drogen (de zon beschijnt deze dakvlakken 's morgens het eerst) dan de noord- en westkanten van een rieten dak. Problemen met de levensduur zullen dan ook altijd op de noord- en westkanten het eerst zichtbaar worden.
6- Er bestaat altijd verschil in vakmanschap tussen de ene en de andere ambachtsman.
Ook kan er verschil bestaan in het kwaliteitsbesef tussen rietdekkers en rietdekbedrijven. Dit vertaalt zich ook in de prijs van het rieten dak. Hoe meer zorg en aandacht de rietdekker besteedt aan het maken van een rieten dak, hoe minder vierkante meters er per dag gemaakt kunnen worden. Dus zal de prijs per meter evenredig moeten toenemen. Maar hoe beter het dak gemaakt is, des te langer zal ook de potentiële levensduur van het dak zijn. Zo heeft omgekeerd een goedkoper dak vaak een kortere levensduur. Echte uitvoeringsfouten, van de rietdekker, hebben altijd een negatief effect op de levensduur van het dak.
7- Riet is een natuurproduct. Niet alle partijen riet hebben dezelfde potentiële levensduur.
Bovendien is er geen objectieve manier om de kwaliteit en dus de potentiële levensduur van een partij riet vast te stellen. De rietdekker is bij zijn subjectieve beoordeling van de grondstof riet afhankelijk van zijn kennis en ervaring uit het verleden en zijn kwaliteitsbesef. Riet wordt geoogst van december tot mei. Hierdoor is het aangeboden riet niet het gehele jaar van dezelfde kwaliteit. In oktober, november en december is er in slechte oogstjaren duidelijk minder keus dan de rest van het jaar en staat ook de kwaliteit van het restant aan riet onder druk. Er zijn
daarom rietdekkers die een overmaat aan riet inkopen in de goede periode (maart tot juli) om in de slechtere periode (oktober tot januari) verzekerd te zijn van "op het oog" het goede riet (uiteraard heeft dit wel consequenties voor de vierkante meterprijs die deze bedrijven moeten berekenen).
Er zijn rietdekkers die iedere partij riet die zij van de handel afnemen persoonlijk gaan uitzoeken. Er zijn ook rietdekkers die de keuze van het riet meer van hun riethandelaar, laten afhangen. Soms kan echter ook het op het oog meest perfecte riet tegenvallen in duurzaamheid. Dit is zelden een zwart-wit verhaal van goedgekeurd of afgekeurd bij aanvoer op het werk. Meestal zal de duurzaamheid van het riet pas veel later blijken door de levensduur van het rietpakket op het dak. Zelfs bij tegenvallende levensduur is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake van te kort schieten van het rietdekbedrijf of de riethandelaar. Iedereen in de keten dient zich te realiseren dat
er altijd een behoorlijke spreiding zal zijn in de daadwerkelijke levensduur van de grondstof riet, en dat iedere beoordeling altijd een subjectieve inschatting is. En ook al doet de rietdekker alles goed zal er altijd een niet in te schatten rest risico van niet duurzaam riet overblijven.
8- Hoe beter een rieten dak wordt onderhouden, hoe langer zal het meegaan.
Een met dennennaalden, bladeren en/of algen vervuild dak zal een langere droogtijd te zien geven en dus korter meegaan dan een schoon dak. Goed en tijdig onderhoud zal de levensduur veel meer verlengen dan de investering in kosten doet vermoeden.
Andersom werkt het ook, een te kort aan onderhoud zal zich altijd wreken.
Een rieten dak met een (te) dik aangebrachte brandwerende coating zal zich qua levensduur net zo gedragen als een zwaar bealgt dak, langer vochtig, dus met een kortere levensduur.
Bij het maken van een duurzaam rieten dak moeten alle bovenstaande punten meewerken.
Zowel de architect, de aannemer, de rietdekker alsook de eigenaar van het rieten dak dragen een gemeenschappelijke verantwoording voor de te behalen levensduur.
Wordt daarentegen tegen slechts één punt (zwaar)gezondigd dan kan dit al funest zijn voor de potentiële levensduur van het dak. Vaker zal het voorkomen dat meerdere factoren niet optimaal zijn en samen verantwoordelijk zijn voor een relevant kortere levensduur dan wellicht gehoopt of verwacht. Bijna altijd krijgt het riet dan onterecht eenzijdig de schuld. Want ook het beste riet zal indien het te lang te vochtig is, te snel in kwaliteit achteruit gaan.
